Operatiekamers richtlijn

Richtlijn 8: Monitoring van de luchtreinheidsparameters tijdens gebruik

Er is veel discussie en aandacht geweest voor Richtlijn 7: Het classificeren van OK’s en Opdekruimtes ‘in rust’ van de VCCN.
Zoals de titel suggereert, komt hier op natuurlijke wijze uit voort dat er ook gekeken moet worden of de installatie tijdens gebruik ook daadwerkelijk functioneert zoals bedoeld en/of de juiste luchtreiniging wordt behaald.

Om hier handvatten voor te bieden is door de VCCN en VHIG samen Richtlijn 8: ‘Monitoring van de luchtreinheidsparameters tijdens gebruik’ ontwikkeld. Deze richtlijn gaat enerzijds in op de monitoring van de technische parameters van de installatie en de monitoring van de reinheidsparameters in kritische gebieden. Daarnaast biedt het uitvoeren van een Richtlijn 8 meting inzicht in het OK-proces en biedt het de ruimte om discipline te verhogen.
In het kort:

  • Het doel van RL 7 is het testen en classificeren van OK’s en opdekruimten in rust, een 0-meting als het ware.
  • Richtlijn 8 heeft juist tot doel om de luchtkwaliteit te monitoren tijdens een operatie; real-time monitoring van besmettingsrisico’s.

Ter info: Richtlijn 8 geeft geen referentiewaarden en toets-normen, maar geeft mogelijkheden en handvatten over hoe te kunnen monitoren.
Download hier de richtlijn.

Richtlijn 8 en discipline in de OK

Hoewel de basis van Richtlijn 8 ligt in metingen om uiteindelijk het aantal perioperatieve infecties te verlagen of tegen te gaan, spreken we liever over discipline en werking van de luchtbehandeling. Door het uitvoeren van een Richtlijn 8 meting maakt u het proces inzichtelijk en dat helpt op zijn beurt bij het opzetten van een implementatieplan om de discipline in de OK te verbeteren.

Stap 1. Afstemming

Als eerste stap is het belangrijk om met de verantwoordelijke personen om de tafel te gaan. In de meeste gevallen gaat het in het ziekenhuis om de chirurg, hygiënisten, anesthesioloog en het facilitair management. Belangrijk hierbij is om overeenstemming te krijgen over vragen als: Hoe gaan we het plan van aanpak maken? Kunnen we de werkflow in kaart brengen? En wat zijn beïnvloedende factoren bij het organiseren van het project?

Stap 2. Planning

Om te zorgen dat de metingen volgens de beschreven voorwaarden in Richtlijn 8 verlopen is een adequate planning onmisbaar. Ten eerste moet er gekozen worden voor een correcte ingreep waarbij er een vaste OK wordt toegewezen door het ziekenhuis.

Ten tweede moeten er ook X-aantal operaties aaneengesloten worden uitgevoerd in deze “vaste” OK om een goed beeld te krijgen van de luchtreinheid en respectievelijke besmettingsrisico’s. Hierdoor kan voor het aantal benodigde metingen soms rekening worden gehouden met een hoger aantal dan vereist om zeker te zijn van succes.

Stap 3. Akkoord

Bij het maken van het plan moet er akkoord worden verkregen van de dienstdoende chirurgen. Deze moeten van tevoren ook goed worden geïnformeerd over de gang van zaken en de invloed op de operatie/procedure. Een chirurg zal er anders verrast van opkijken wanneer hij vlak voor de operatie achter het feit komt dat er een luchtslang geplaatst moet worden op slechts 20 cm van waar zijn incisie gepland staat.

Het is dan ook niet ongekend dat een meting wordt afgeblazen door een chirurg vanwege gebrekkige informatieverschaffing en hierdoor kan vervolgens hypothetisch gezien de gehele Richtlijn 8 meting opnieuw worden ingepland om voldoende achtereenvolgende metingen te kunnen realiseren.

Hiernaast moet de patiënt ook goed worden geïnformeerd en in sommige gevallen persoonlijk akkoord geven in verband met privacy redenen.

Stap 4. Briefing

Over het algemeen lopen de OK-tijden van 07:00 tot 16:00, wat betekent dat het team dat de meting zal verrichten al vanaf 06:00 uur aanwezig is. Dit om een duidelijke briefing te verzorgen voor alle betrokkenen die dag, om verwachtingen van beide kanten te managen zoals:

  1. Wat gaat er precies gebeuren? Er komen 1 of 2 mensen waarvan er 1 binnen in de OK plaatsneemt om de microbiologische metingen te verzorgen en de ander buiten de OK voor de digitale dataverzameling.
  2. Hoe komt de opstelling eruit te zien en waar moet rekening mee worden gehouden? De plaatsing van air samplers in de periferie, op de snijtafel, op de instrumententafel, en ditzelfde voor de deeltjesmeters.

Uiteraard worden er tijdens de briefing normaliter nog meer zaken uitgelegd en worden de professionals die de meting zullen uitvoeren voorgesteld. Dit is ook het moment dat alle mogelijke vragen m.b.t. tot de meting vooraf kunnen worden gesteld om onduidelijkheden te voorkomen en de kans op een succesvolle meting te optimaliseren.

Stap 5. De opstelling

Wanneer alles duidelijk en akkoord is bevonden is het de bedoeling om de planning uit te voeren en daadwerkelijk de opstelling te realiseren. Afhankelijk van het soort ingreep en kan deze opstelling per situatie verschillen maar enige verschillen. Nadat de opstelling is besloten kan alles worden geplaatst, aangesloten en klaargemaakt voor het data-verzamelen.

Per ruimte wordt voor en na het operatieprogramma een nulmeting verricht.

Hieronder een voorbeeld van de opstelling en meetlocaties:

Situatieschets

Richtlijn 8 OK Opstelling

 

De eerste meetlocatie:

Om in de buurt van het werkgebied te kunnen bemonsteren, wordt een steriele bemonsteringsslang gebruikt. Deze steriele monsterbuis wordt door het operatieteam op minimaal 20 centimeter van de ingreep geplaatst. De andere zijde van de steriele bemonsteringsslang wordt door de technicus aangesloten op de air samplers.

De tweede meetlocatie:

De air sampler en deeltjesmeter worden dicht bij de steriele instrumententafel of mayotafel geplaatst. De instrumententafel/ mayotafel die het verst van de operatieplaats verwijderd is, zal als monsternemingslocatie worden gebruikt. Deze instrumenttafel/ mayotafel wordt beschouwd als de slechtst denkbare positie.

De derde meetlocatie

De laatste air sampler en deeltjesmeter worden in de periferie geplaatst op een willekeurige positie en positie waar deze Air-samples niet in de weg staat voor het operatieteam.

Stap 6. Start van de OK

Wanneer alles gecheckt is kan in principe de OK gestart worden. Hierbij zijn er de volgende belangrijke meet-momenten:

  1. Start van de meting is op het moment dat de incisie plaats vindt.
  2. Midden meting is halverwege de procedure vanaf incisie en aangegeven door chirurg/ assistent.
  3. Sluiting meting is bij het sluiten van de incisie.

En mocht een sample mislukken omdat er vervuiling/bloed is geconstateerd zal er een nieuwe gemaakt worden en de slang worden verwisseld.

Stap 7. Rapportage en interpretatie

Naar aanleiding van alle metingen en het nauwkeurig bijhouden van de voorgeschreven parameters wordt een rapportage afgeleverd waarin de resultaten zijn beschreven volgens de meetmethodiek van VCCN Richtlijn 8. Hierin wordt beschreven of de prestaties gelijkwaardig zijn aan het beoogde prestatieniveau zoals gedefinieerd in de WIP-richtlijnen en er wordt een onderbouwing voor het wel of niet aan kunnen tonen van de gelijkwaardigheid gegeven.

Waarom wordt er ook nog deeltjesmeting verricht? 

De resultaten van de microbiologische metingen oftewel Kolonie Vormende Eenheden (schimmels en bacteriën) zijn pas bekend na 7 dagen vanwege de broedtijd. Door ook deeltjes meten en daardoor on-the-spot bijhouden of er deeltjes in de lucht zijn kan er direct gekeken in de OK worden bepaald wat de oorzaak van een piek is. Vervolgens kan dit worden vergeleken met de microbiologische meting die op dat moment loopt om zo gedrag te koppelen aan infectierisico.

Dit laatste zorgt ervoor dat deze Richtlijn 8 meting zijn meerwaarde vindt in het aantoonbaar maken van een verhoogd infectierisico door gedrag in de OK. Als logische gevolgtrekking kunnen we hier dan ook uit opmaken dat naar aanleiding van deze inzichten er een vervolgplan kan wordt m.b.t. discipline om bepaald gedrag in de OK te kunnen minimaliseren.

Blog door Alex van den Berkt